Bloedtransfusie
In deze folder vindt u informatie over bloedtransfusie. Wanneer u nog vragen hebt, aarzelt u dan niet om deze aan uw arts voor te leggen.
Uw bloed bestaat uit onder andere rode cellen en bloedplaatjes/trombocyten. In bepaalde situaties, bijvoorbeeld als bijwerking van uw behandeling, kunnen er tekorten ontstaan aan deze bloedcellen. Ter ondersteuning van uw behandeling kan een bloedtransfusie een tekort aanvullen.
Bloedtransfusies worden door uw arts voorgeschreven als dat voor uw behandeling noodzakelijk is. Uw arts doet dit echter niet zonder uw toestemming (tenzij er sprake is van een acute situatie). Om u te helpen een weloverwogen keuze te maken, zal uw arts u vooraf duidelijk inlichten over:
- de reden van de bloedtransfusie;
- de risicoās die aan de transfusie verbonden zijn;
- de risicoās die ontstaan wanneer u niet instemt met een bloedtransfusie.
Om bloedtransfusies zo veilig mogelijk te maken, worden de volgende maatregelen genomen:
- alleen gezonde mensen kunnen bloeddonor worden;
- donors geven hun bloed vrijwillig en onbetaald;
- al het donorbloed wordt onder andere getest op: een aantal geelzuchtvirussen (hepatitis B en C), Syfilis en het HIV-virus dat aids kan veroorzaken.
- bloedplaatjes worden gecontroleerd op de aanwezigheid van bacteriƫn.
Wanneer blijkt dat het bloed mogelijk besmet is, wordt het vernietigd. Toch blijft er, ondanks alle voorzorgen, een zeer kleine kans bestaan op besmetting met een virus of ziektekiem door de bloedtransfusie (zo is de kans dat een eenheid bloed besmet is met HIV kleiner dan ƩƩn op een miljoen). Het kan zijn dat de bloeddonor nog maar kort geleden werd besmet. In zijn bloed kan de aanwezigheid van de ziekteverwekker dan nog niet worden aangetoond. Ook is het mogelijk dat de hoeveelheid virus in het bloed zo gering is, dat het niet kan worden aangetoond met een bloedtest.
Tevens kan het gebeuren dat er virussen in het bloed zitten die we nog niet kennen of waarop niet getest wordt. Zo zijn er aandoeningen, zoals de variant ziekte van Creutzfeldt-Jakob, waarvoor nog geen test bestaat en waarvan de kans op overdracht door bloedtransfusie aanwezig is.
Het is belangrijk dat het bloed dat iemand toegediend krijgt bij hem of haar āpastā. Daarom nemen wij bloed bij u af om uw bloedgroep en rhesusfactor vast te stellen. Sommige mensen hebben afweerstoffen tegen bloedcellen van anderen in hun bloed. Deze stoffen kunnen aanwezig zijn na een zwangerschap of vroegere bloedtransfusie. Als dat het geval is, kan het langer duren voor er āpassendā bloed wordt gevonden. Het transfusielaboratorium kan navraag doen bij een landelijk systeem of er eerder bij u afweerstoffen zijn gevonden.
Ten slotte zal de verpleegkundige vlak voordat u een bloedtransfusie krijgt nogmaals controleren of het bloedproduct inderdaad voor u bestemd is.
Hoewel de risicoās van een bloedtransfusie tot een minimum worden beperkt kunnen deze niet helemaal worden uitgesloten. Bij patiĆ«nten kan tijdens of na een bloedtransfusie een reactie optreden. Meestal betreft het milde klachten van koortsreacties of allergie (kans 1 op de 100-300 bloedtransfusies), herkenbaar als koorts, galbulten, jeuk. Deze bijwerkingen kunnen vaak eenvoudig met medicijnen worden behandeld. Ernstige reacties als allergische anafylaxie of hart/longverschijnselen zijn zeldzaam (1 op de 5000). Ook bij ernstige bijwerkingen zijn er gerichte behandelingen. Bloedoverdraagbare virale infectieziekten zijn zeer zeldzaam (minder dan 1 op de 500.000-1.000.000).
Soms vormen patiĆ«nten na een bloedtransfusie afweerstoffen tegen andermans bloedcellen. Ook dit kan een reactie geven in de vorm van koorts. Dit kan met medicijnen worden behandeld. Zoān reactie kan ook worden veroorzaakt door afweerstoffen tegen bloedcellen van een bepaalde bloedgroep In het laatste geval krijgt u een transfusiekaartje met daarop de vermelding van dit gegeven. Dit kaartje moet u bij volgende bloedtransfusies altijd aan uw arts tonen. Omdat de mogelijkheid bestaat dat deze afweerstoffen na verloop van tijd niet meer aantoonbaar zijn, worden de gegevens over deze afweerstoffen meestal opgeslagen in een landelijk datasysteem. Bij een volgende transfusie kan het transfusielaboratorium van het ziekenhuis waar u op dat moment wordt behandeld, het landelijk datasysteem raadplegen en zo goed mogelijk passend bloed voor u
uitzoeken.
Uw arts zal uw toestemming vragen om deze gegevens op te slaan in een landelijk systeem. Als u bezwaar hebt tegen de registratie van uw gegevens kunt u dit bij uw arts aangeven. Opgeslagen gegevens kunt u raadplegen en eventueel wijzigen. De arts zal uw toestemming of bezwaar in het dossier vastleggen.
Ja, dat kunt u. Bedenkt u daarbij wel dat er niet altijd andere mogelijkheden zijn. Bloedtransfusies zijn vaak levensreddend. Sommige operaties of behandelingen kunnen zelfs niet worden uitgevoerd zonder bloedtransfusie. Een bloedtransfusie weigeren betekent soms een groter risico voor uw gezondheid dan een bloedtransfusie ontvangen. Bespreek uw twijfels over de bloedtransfusie tijdig met de arts die u behandelt.
In deze folder hebben wij u het een en ander uitgelegd over bloedtransfusie. Mocht u na het lezen nog vragen of opmerkingen hebben, legt u deze dan gerust voor aan uw behandelend arts. Voor meer informatie online verwijzen we u naar de website van de Nederlandse organisatie Sanquin: https://www.sanquin.nl/veelgestelde-vragen. Tip: filter op onderwerp: Over bloed.
Wij staan voor u klaar. Het is belangrijk dat u het ons laat weten als u vragen heeft of zich zorgen maakt.
- Bij spoed zijn wij 24/7 bereikbaar opĀ 030 ā 225 0910.
- Op ma. t/m vr. is de mammacare verpleegkundige bereikbaar voor korte vragen van 09.30 tot 10.30 uur en van 14.00 tot 15.00 uur opĀ 030 ā 721 0109.
- Voor algemene vragen kunt u ook een E-consult indienen via het patiëntportaal of een e-mail sturen naar poli@alexandermonro.nl.