Sandy over borstkanker – “Onwennig stap ik de scanruimte in. Daar staat een radioloog.”
10 december 2025
Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis.
In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het negende blog van Sandy hier:
Dagelijks heb ik contact met mijn chirurg. De patholoog is nog steeds druk met het onderzoeken van de biopten, nog niet alle informatie over de kenmerken van de kanker is duidelijk. Deze zijn nodig voor het exacte behandelplan. Er zijn 2 behandelopties. Van die uitkomst hangt alles af: of ik kan mijn behandeling in het voor mij inmiddels vertrouwde Alexander Monro Ziekenhuis krijgen, of ik moet overstappen naar het UMC voor een nieuwe combinatietherapie. In het Alexander Monro Ziekenhuis (AMZ) zijn niet dezelfde voorzieningen als in een UMC voor het opvangen van eventuele, ernstige auto-immuunreacties die bij de behandeling kunnen optreden is mij uitgelegd. De gedachte om naar het grote, massale UMC te moeten, vind ik vreselijk. Hier, in het AMZ, voel ik me gezien, gehoord en veilig.
Buiten die onzekerheid gaat het best goed met me. Ik voel me sterk en heb vertrouwen in het team om me heen. Na de PET-CT-scan viel er een last van mijn schouders. Het voelt alsof ik weer wat tijd heb gekregen. Ik zie ook niet op tegen de MRI-scan die vandaag gepland staat. Deze dient enkel om mijn borst en oksel nog beter in kaart te brengen.
’s Ochtends geef ik nog twee behandelingen in de salon. Daarna rijden Jan en ik richting Bilthoven. Ik mag vrijwel meteen meelopen. Een aardige verpleegkundige legt mij alles rustig uit. Ik krijg van haar een veel te groot blauw jasje en er wordt mij verzocht dit aan te trekken in de omkleedruimte. Onwennig stap ik de scanruimte in. Daar staat een radioloog, hij stelt zich aan mij voor. De verpleegkundige legt een infuus bij mij aan waar even later vloeistof in wordt gespoten. Vervolgens moet ik op een tafel plaatsnemen met beide borsten in uitsparingen. Ik word in de juiste positie gelegd en krijg een noodknop in mijn handen. Gedurende het onderzoek is er verbinding met mij en wordt er gekeken of het goed met mij gaat. Ik krijg oordopjes in mijn oren, daaroverheen een koptelefoon met Sky Radio Non-Stop. Langzaam schuift de tafel een tunnel in. Claustrofobisch moet je niet zijn.
Bruce Springsteen hoor ik met ‘Streets of Philadelphia’, maar hij wordt overstemd door de herrie van het apparaat. Het lijkt wel een hardcore festival waar de DJ slecht draait en iemand tussendoor muziek probeert te mixen. Een half uur lang moet ik stil blijven liggen om goede beelden te krijgen.
Halverwege voel ik een plek onder mijn borsten warm worden. Mijn mond wordt droog en mijn tong voelt vreemd. ‘Zal wel komen omdat ik met mijn hoofd naar beneden lig’, denk ik. En dan is het eindelijk stil en mag ik de tunnel uit. In de omkleedruimte zie ik een knalrode plek, precies zoals ik die eerder op vakantie had gekregen. Ik klop toch even op de deur om het te laten zien. Mijn tong voelt nog steeds raar, alsof ik hazelnoten heb gegeten.
De radioloog roept de anesthesist erbij. Er wordt besloten even een foto te maken met mijn telefoon om de reactie vast te leggen. Het is weer een gekke reactie van mijn lichaam. Gelukkig verre van de reactie op de verdoving tijdens het nemen van de biopten.
Mijn lieve chirurg, echt een rots in de branding in deze periode, heeft de dag daarvoor gezegd dat ik na de MRI-scan nog even in de wachtruimte moet blijven zitten. Misschien is er inmiddels nieuws van de patholoog en ook zou ze tussen haar afspraken door snel naar de beelden van de MRI-scan kijken. Dit voelt zo betrokken. De receptioniste, die inmiddels mijn voornaam weet en telkens informeert hoe het met mij gaat als ze mij ziet, merkt ons op en biedt ons een kop thee aan voor tijdens het wachten. Dan komt mijn chirurg en fluistert dat de beelden van de MRI-scan er goed uitzien maar dat er helaas nog steeds geen duidelijkheid van de patholoog is. “Morgen staat onze afspraak, dan zie ik jullie weer en praten we verder.”
Weer een scanervaring rijker verlaten we het ziekenhuis. Onderweg voelt mijn keel nog raar, maar gelukkig blijft het daarbij.