Ga naar de content
Nieuws
Sandy's blog
Blog 28

Sandy over borstkanker – “De infuuspomp maakt voor de allerlaatste keer dat geluid dat ik nooit meer zal vergeten.”

30 april 2026

Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis. 

In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het achtentwintigste blog van Sandy hier:

Waar ik in mijn vorige blog vertelde dat het mij zo zwaar valt dat mensen denken dat ik bijna klaar ben terwijl ik nog best wat voor de boeg heb, wil ik vooral ook stil staan bij alle onwijs lieve mensen die er tijdens de chemoperiode voor mij en mijn gezin zijn.

De ontzettend mooie kaarten, de prachtige bloemen, de cadeautjes en de lieve berichtjes. Echt hartverwarmend. Ook het meenemen van mijn lief door zijn vrienden naar een concert of restaurant om zijn zinnen te verzetten kan ik zeer waarderen. Verder zijn er diverse lieverds die de afgelopen maanden de zin “laat weten als ik wat voor je kan doen” omzetten in daden. De heerlijkste maaltijden worden er voor ons gekookt, als er boodschappen gedaan wordt, komt regelmatig de vraag of we ook nog iets nodig hebben. Ook wordt regelmatig gecheckt of er gereden moet worden naar het ziekenhuis. Hulp vragen is niet mijn sterkste kant (doe het liever allemaal zelf), maar op momenten dat je er finaal afligt is het zo ontzettend fijn als anderen de regie nemen.

En dan zijn er ook de mensen die mij elke kuur een bemoedigend appje sturen en met mij mee aftellen. En zo is daar dan ineens het einde van mijn chemotraject in zicht.

Vorige week had ik al een kleine pre-(chemo) party met één van mijn favoriete verpleegkundigen. Zij werkt ook bij het AVL en zou er op mijn laatste dag niet zijn.

Maar deze week was het dan echt zover. Jan en ik rijden richting het Alexander Monro Ziekenhuis voor de grand finale.

In de auto zeg ik tegen Jan: “Ongelofelijk, wat is de tijd uiteindelijk toch snel gegaan. Zes maanden en zestien chemokuren verder.”

Het voelt onwerkelijk dat dit gedeelte straks afgerond is. Tegelijkertijd denk ik aan de vrouwen voor wie nooit meer een einde aan chemotherapie komt. Die chemo in infuus- of tabletvorm nodig hebben om hun leven te verlengen of om de ziekte zo lang mogelijk te onderdrukken of stabiel te houden, vreselijk en verdrietig. Ik voel een enorme dankbaarheid dat ik kan zeggen: dit is mijn laatste chemo-infuus.

Op de afdeling worden vlaggetjes aan mijn infuuspaal gehangen. Een superlief gebaar van het personeel om de laatste kuur extra feestelijk te maken. De afgelopen maanden heb ik ze vaak zien hangen bij mijn chemo-collega’s. En nu hangen ze er voor mij.

Voor de verpleegkundigen die mij de afgelopen maanden hebben bijgestaan heb ik cadeautjes meegenomen: gezichtsmaskers, ik ben en blijf tenslotte schoonheidsspecialiste, en hangertjes in de vorm van een engeltje, symbolisch voor de engeltjes die het zijn daar op de afdeling.

Hun geduld, hun opbeurende woorden als ik erdoorheen zat of onzeker was, hun enorme zorgzaamheid en hun humor (we hebben ook enorm gelachen bij de dagbesteding eh dagbehandeling) maakt dat ik ondanks alles, met warmte terugkijk op deze intense maanden.

En dan is het, na alle controles, tijd voor het laatste chemo-infuus. “Doe maar links,” zeg ik tegen mijn verpleegkundige, “dat is het makkelijkst.”

Er is meer ruimte naast het bed, en ik ben rechts, dus ik vind het fijn als die hand vrij blijft van slangetjes. Aan deze kant zit wel littekenvorming in mijn aderen, maar ik denk: het kan nog wel één keer.

Maar zodra het infuus wordt ingebracht, schiet de pijn er keihard in. Het kleine flexibele slangetje voelt als een stofzuigerslang. Mijn verpleegkundige voelt het ook meteen: “dit zit niet goed.” Toch hoop ik even dat ik ermee wegkom. Ik wil niet nóg een keer geprikt worden. Maar bij het doorspoelen zien we mijn pols dik worden. “Hier gaan we het niet mee redden,” zegt ze. “Hij moet er weer uit.”

“Een rondje van de zaak,” zeg ik.

Gelukkig gaat het in mijn rechterhand wel goed. Nog één keer stroomt de chemo mijn lichaam in. Tijdens de paar uur op de afdeling word ik voor de laatste keer verzorgd door de lieve dames van de catering. Sapjes, thee, fruit, en een gezellig praatje.

En dan… de laatste piepjes. Het teken dat de zakken leeg zijn. De infuuspomp maakt voor de allerlaatste keer dat geluid dat ik nooit meer zal vergeten.

Ik zeg tegen Jan: “Laat de fanfare maar komen en schiet het confettikanon maar af : dit was het”.

Uit de verte hoor ik een rollend geluid mijn kant op komen. Het is het karretje dat ik zo vaak hoorde aan het einde van een chemobehandeling. De afvalkar, waarin alle infusen na afloop worden weggegooid.

Ik ben klaar. De infusen zijn klaar. Het is een gek gevoel. Ik ben intens blij dat het voorbij is. En tegelijk voelt het vreemd. Maandenlang was woensdag gereserveerd voor chemo en dat valt nu weg. De verpleegkundige vraagt: “Hoe voelt het, dat je woensdag niet meer hoeft?” Ik weet het eigenlijk nog niet. Ik weet wel dat ik blij ben.

Ik heb de komende vijf weken rust tot aan de operatie. Wel zal ik in die tussentijd een aantal keer in het ziekenhuis te vinden zijn. Over vijf dagen staat al mijn eerste afspraak gepland om een echo te laten maken. Voor mij geen MRI-scan maar een echo door mijn reactie op de contrastvloeistof. Daarna volgen nog diverse andere afspraken met de plastisch chirurg, de chirurg, de anesthesist en een oncologisch verpleegkundige, allemaal ter voorbereiding op de operatie.

Ook heb ik over vier weken nog een afspraak met de hematoloog gepland staan om verder te onderzoeken waarom ik bloedafbraak heb gekregen na de bloedtransfusies. Ze weten inmiddels wel al iets meer, maar dat moet verder onderzocht worden. Dat kon niet ten tijde van de chemotherapie.

Maar fase 1 zit erop. Die kan ik afvinken, wat een heerlijk gevoel. Nu bijkomen en op naar fase 2, de operatie.

Deel dit nieuwsartikel