Sandy over borstkanker – “Kan ik arrogant genoeg zijn tegenover de kanker om te zeggen: ik doe het niet?”
Sandy over borstkanker – “Kan ik arrogant genoeg zijn tegenover de kanker om te zeggen: ik doe het niet?”
16 juni 2026
Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis.
In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het vijfendertigste blog van Sandy hier:
Na de operatie dacht ik eerlijk gezegd dat het rustiger zou worden. Maar niets is minder waar.
De intake voor de bestraling, een controle afspraak met mijn chirurg, controles bij de mammacareverpleegkundigen. Ondertussen zijn ze in het UMC nog steeds druk bezig om uit te zoeken wat er met mijn bloed aan de hand is. Dus mag ik regelmatig bloed laten prikken. Ik merk dat het prikken gelukkig minder pijn doet dan tijdens mijn chemotraject. Daarnaast waren zes weken antibiotica slikken voor mijn huid niet voldoende, helaas verschenen er weer plekken in mijn gezicht. Dus op advies van de dermatoloog mag ik nog eens zes weken slikken in de hoop dat het dan wegblijft.
Ook heb ik een controleafspraak met de plastisch chirurg. Op zich ziet mijn borst er na de operatie heel netjes uit. Maar door de bestraling kan er nog van alles veranderen. Pas een paar maanden daarna, of misschien zelfs een half jaar later, kan er gekeken worden of er eventueel nog iets gereconstrueerd moet worden.
Ik had werkelijk geen idee hoeveel invloed bestraling op je lichaam kan hebben. Dat zelfs je borst van vorm kan veranderen.
Buiten alle bovenstaande afspraken heb ik ook het gesprek met mijn oncoloog. Ik ben er eigenlijk vanuit gegaan dat door de complete respons weinig meer nodig zal zijn aan nabehandeling. Misschien nog een botversterkend infuus en dan langzaam weer gaan werken aan herstel en conditie. Maar helaas is het anders, vertelt ze Jan en mij. Er wordt ons uitgelegd dat het advies ook hormoontherapie luidt.
Ik voel direct de teleurstelling. Met dit scenario had ik geen rekening gehouden. Nog vijf jaar pillen slikken. En inmiddels ken ik genoeg vrouwen die daar flink last van hebben (gehad). Vrouwen die een stukje kwaliteit van leven moesten inleveren. Die zichzelf niet meer herkenden. Die gewrichtspijn kregen, stemmingswisselingen of gewoon niet lekker in hun vel zaten. Mijn oncoloog legt uit dat mijn tumor een grensgeval is.
De hormoongevoeligheid van mijn tumor is slechts 15%, maar boven de 10% wordt in principe hormoontherapie geadviseerd. Dat mijn tumor na de chemotherapie helemaal weg is, is gunstig, maar betekent niet per definitie dat aanvullende hormoontherapie geen meerwaarde heeft, daar zijn geen specifieke studies naar gedaan. Dit is ingewikkeld.
Ik vraag of ik haar een gewetensvraag mag stellen. “Wat zou jij doen als ik jouw familielid was?” Ze antwoord direct, “Dan zou ik het doen, tenminste proberen en kijken hoe je het verdraagt.”
Niet het antwoord wat ik wil horen. “En wat is de meerwaarde hiervan. Welke overlevingswinst levert het me op?” Ze laat mij het rekenmodel PREDICT zien. Daar worden allerlei gegevens ingevuld. Leeftijd. De grootte van de tumor. De soort kanker. Het aantal aangedane lymfeklieren. Als mijn tumor als hormoongevoelig wordt ingevoerd, zou hormoontherapie ongeveer tien procent extra overlevingswinst kunnen geven.
Zou, want zeker weten doen we niet. Het kan dus ook betekenen dat ik vijf jaar slik voor iets wat uiteindelijk geen verschil maakt. Ik merk de weerstand tegen nog meer behandelingen. Ik wil niks meer slikken. Ik wil mezelf terug. Ik wil mijn leven terug.
Mijn oncoloog legt uit dat je tijdens een oncologisch traject bouwstenen verzamelt om zo goed mogelijk uit de strijd te komen met de grootst mogelijke kans om hier over tien jaar nog op deze aardbol te lopen. Dat iedere behandeling, operatie, chemo, bestraling, botversterkende infusen en hormoontherapie bouwstenen zijn. Nooit geweten dat bij hormoongevoelige borstkanker hormoontherapie ongeveer net zo belangrijk kan zijn als chemotherapie.
Naast de hormoontherapie adviseert ze mij nog drie jaar lang Zometa-infusen. Dit om eventuele uitzaaiingen in de botten te helpen voorkomen. Bij triple negatieve borstkanker ligt de grootste kans op terugkeer vooral in de eerste drie jaar. Dat patroon is weer anders dan bij hormoongevoelige borstkanker. Ik kan niet direct een keuze maken wat te doen en besluit erover na te gaan denken.
Mijn lief en ik gaan naar huis met een hoofd vol informatie over hormoontherapie. Je hebt Tamoxifen en je hebt aromataseremmers. Tamoxifen werkt als een soort paraplu. Mocht er ergens nog een (slapende) hormoongevoelige kankercel zitten, dan wordt die als het ware afgeschermd van oestrogeen. Aromataseremmers werken weer anders. Die halen het laatste beetje oestrogeen weg wat na de door de chemo veroorzaakte overgang nog in je lichaam aanwezig is. Maar daar hangen ook weer allerlei mogelijke klachten aan vast. Gewrichtspijn, spierpijn, gewichtstoename, dunner wordend haar en stemmingswisselingen zijn de meest voorkomende bijwerkingen. Als ik eerlijk ben, gaat mijn voorkeur uit naar de aromataseremmer.
Misschien omdat ik in mijn omgeving meerdere vrouwen heb gezien die Tamoxifen gebruikten en last kregen van psychische problemen.
Die nacht lig ik wakker. Kan ik arrogant genoeg zijn tegenover de kanker om te zeggen: ik doe het niet?
Of zal hij mij laten zien wie de baas is. En maak ik nu niet gewoon de keuze op basis dat ik moe ben en gewoon geen zin meer heb. Misschien moet ik stoppen met denken in vijf jaar en gewoon starten, stoppen kan altijd.
De volgende ochtend stuur ik direct een mail naar mijn oncoloog. Ik ga voor de aromataseremmer. Na de bestraling wil ik direct starten. Ik zie het als enorme winst dat ik maar vijf keer bestraald hoef te worden in plaats van drie of vier weken bestralen. Dus hup. Nog één bouwsteen erbij. Stoppen kan altijd houd ik mezelf voor…