Sandy over borstkanker – “Als ik klaar ben met het vochtinfuus, mag ik door voor een hartonderzoek. Het is bijna een fulltimebaan om alle afspraken af te gaan.”
1 april 2026
Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis.
In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het vierentwintigste blog van Sandy hier:
Na een onrustige nacht in mijn eigen bed neem ik in de ochtend op verzoek van de oncoloog van de spoedeisende hulp, contact op met het Alexander Monro Ziekenhuis om te overleggen hoe verder. Er is nog niet meer bekend. In het UMC wordt nog druk onderzoek gedaan waardoor de transfusiereactie heeft plaatsgevonden. Aan het einde van de middag gaat mijn telefoon. Het bloed, wat gisteravond is afgenomen, vertoont toch het één en ander. Voor verder onderzoek is er nieuw bloed nodig, of ik meteen naar het AMZ kan komen. Gelukkig woon ik op een kwartier rijden afstand en stap niet veel later mijn auto in.
Ik mag meteen weer door naar de dames van de dagbehandeling. Ik voel me daar inmiddels kind aan huis. Het is de vierde keer deze week dat ik er zit. Wederom zijn er weer een flink aantal stoelen bezet door jong en oud die dezelfde pechvogelkaart als ik hebben getrokken. Sommigen zijn aan het haken, lezen, druk met hun telefoon, zijn vergezeld door hun partner of gezellig door een vriendin. Kale hoofden, haarwerken, sjaaltjes, hippe mutsen, echt alles zie je daar voorbijkomen. Eén ding hebben we gemeen, ons leven wordt op dit moment gedomineerd door de behandelingen tegen borstkanker.
Ik mag in een stoel plaatsnemen en mijn arm wordt met militaire precisie onderzocht of er nog ergens een prikbare ader te vinden is. Met een handschoen gevuld met warm water wordt deze ader nog extra omhooggehaald. Nadat de nodige buisjes weer gevuld zijn, wordt er nog gecheckt op huiduitslag en vochtophopingen, als dit niet wordt gevonden mag ik weer richting huis.
Later op de avond gaat mijn telefoon, het is de dienstdoende oncoloog. De uitslag van mijn bloed is binnen. Na de transfusiereactie is er een hemolysereactie opgetreden. Er is een afbraakreactie te zien in mijn bloed. In lekentaal, mijn eigen lichaam blijkt mijn bloed af te breken. De oncoloog vraagt naar mijn urinekleur. “Is die donker?” Door de bloedafbraak kan de kleur veranderen. Ze blijft doorvragen, maar ik weet het echt niet. Verder vraagt ze naar mijn temperatuur, welke inmiddels weer tegen koorts aanzit. “Als deze hoger wordt moet je meteen contact opnemen”. Met deze woorden nemen we afscheid.
Weer een dag later, inmiddels zaterdag, gaat mijn telefoon. Nu heb ik mijn eigen oncoloog aan de lijn. Ze zegt: “We zien dat je bloed verder verslechtert. Maandag wil ik je graag zien voor een extra vochtinfuus. Dit om je nieren extra te beschermen. Belangrijk voor nu is dat je heel goed blijft drinken. Ook zullen we maandag je bloedwaarden weer bekijken.” Verder geeft ze aan dat mijn behandelplan waarschijnlijk aangepast moet worden. En: “In de vijf jaar dat ik hier werk, is dit de eerste transfusiereactie die ik tegenkom”, zegt mijn rots in de branding. ‘Tuurlijk denk ik, deze stond nog niet op mijn chemo bingokaart’.
Maandag ga ik, geheel tegen de zin van Jan, alleen richting Bilthoven voor het vochtinfuus. Jan heeft een drukke dag en kan niet mee. Meerdere vriendinnen bieden zich aan om met me mee te gaan, echt ontzettend lief. Maar ik voel me beroerd en denk, laat me maar. Als ik na een paar uur klaar ben met het vochtinfuus, mag ik ook nog door voor een onderzoek van mijn hart bij de cardioloog. Het is bijna een fulltimebaan om alle afspraken af te gaan. Gelukkig blijkt alles met mijn hart goed te zijn en kan ik richting huis.
Twee dagen later gaat mijn wederhelft wel mee naar het AMZ. Mijn chemokuur wordt, gezien de bloedwaarden, wederom uitgesteld. Ik krijg wel weer een vochtinfuus maar eerst hebben we een gesprek met mijn ‘rots in de branding’. “Nog steeds geen duidelijkheid”, zegt mijn oncoloog. “Wel hebben we gezien dat, ook na de eerste bloedtransfusie, jouw bloedwaarden iets afweken”. Dat verklaart nu wel voor mij waarom ik mij toen ook niet lekker voelde. Ik dacht dat ik me gewoon beroerd voelde door de chemo. Verder blijkt dat mijn lichaam nog steeds mijn eigen rode bloedcellen om zeep helpt. Maar nog vervelender is dat ze er nog steeds niet achter zijn waardoor de bloedafbraak komt. Inmiddels is de hematoloog van het UMC ook ingeschakeld om mee te denken. Ik zal vrijdag bij haar langs moeten. Gelukkig is die afspraak al voor mij gemaakt. Fijn dat er zo doorgepakt wordt.
Verder is besloten dat ik moet stoppen met de Carboplatin. “Soms wordt een behandeling tijdens het traject te zwaar voor een lichaam”. Omdat ik naast beroerd ook benauwd ben, wil mijn oncoloog een longembolie uitsluiten. Is dit het geval, dan mag ik straks ook nog naar het UMC voor een CT- scan.
Dan vervolgt ze: “Ik heb ook een PET-scan aangevraagd, dit om eventuele uitzaaiingen uit te sluiten”. Ik heb gek genoeg helemaal niet meer aan de kanker gedacht. Ik voel me zo naar door de transfusiereactie en de bloedarmoede die daarmee gepaard gaat, en schrik enorm. ‘Oh ja die kanker is er ook nog’. “Het is echt om uit te sluiten”, stelt mijn lieve oncoloog mij gerust. Ze geeft me een tissue als ik een traan over mijn wang voel rollen en pakt troostend mijn arm vast.
Het vertrouwen in mijn lichaam is weg. Eerst uit het niets de kanker en nu dit gekke bloedgedoe weer. Alles gebeurt aan de binnenkant en ik heb er geen grip op. Het maakt mij onzeker en angstig. Ik voel me al weken niet lekker en kan dit zelf niet verbeteren.
Na het gesprek gaat Jan richting werk en ga ik door naar de dagbehandeling. Ik heb de chemostoel verruild voor een ziekenhuisbed omdat dit comfortabeler is met hoe ik mij voel. De dames van de dagbehandeling zijn ontzettend begaan en lief voor mij. Ook daar hebben ze wel eens van een ‘transfusiereactie’ gehoord maar zelf nooit eerder meegemaakt. Ondanks dat het infuus met alle voorzichtigheid, zorg en liefde wordt aangelegd, is het zo pijnlijk. Ik voel zoveel weerstand tegen het prikken. Bloed wordt weer afgenomen en met de spoedkoerier verstuurd om vervolgens de vochtzakken te koppelen aan het slangetje in mijn hand. Na een paar uur komt mijn lieve oncoloog nog even bij mij zitten. Gelukkig geen longembolie, maar betreft het bloed geen nieuws, anders dan dat ik al weet, nog steeds afbraak en geen verklaring.
Vrijdag ga ik met mijn vriendin naar de hematoloog in het UMC. Ze is zo lief om mee te gaan. Ik voel me een krant en zie het drukke verkeer op de vrijdagmiddag niet zitten. Als ik instap staat de radio aan. “Mag deze uit?”, vraag ik. Sinds ik bezig ben met de chemo merk ik dat alles tien keer harder binnenkomt. Ik hoor van meerdere mensen die in chemotrajecten zitten, dat ze sneller overprikkeld zijn.
De hematoloog is helaas nog niks wijzer. Alles wordt aan mij gevraagd, van mijn babytijd tot familiegeschiedenis. Ook krijg ik de vraag of ik naast mijn schildkliermedicatie geen (holistische) supplementen gebruik. Zeker niet. Dit wordt met klem afgeraden tijdens een chemotraject en ik houd mij hier dan ook strikt aan. Alle testen wijzen uit dat er iets is, maar wat precies blijft ongrijpbaar.
Op mijn vraag wanneer ik me weer wat beter ga voelen is het antwoord; “Ik ben bang pas na de laatste chemokuur”. Niet echt bemoedigend. Voor verder onderzoek is er opnieuw bloed nodig. Omdat het specifieke onderzoek niet op vrijdag kan plaatsvinden zal ik maandag weer terug moeten komen in het UMC. Ik denk alleen maar: “Neem een bloedtransfusie, daar knap je van op”…not.