Ga naar de content
Nieuws
Sandy's blog
Blog 17

Sandy over borstkanker – “De chemo wordt aangesloten op het infuus. Een knalrood goedje, dat online de bijnaam ‘red devil’ heeft gekregen, stroomt mijn hand in.”

10 februari 2026

Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis. 

In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het zeventiende blog van Sandy hier: 

Na een onrustige nacht vertrekken we vol goede moed en ik met een klein zenuwachtig kriebeltje in mijn buik richting het Alexander Monro Ziekenhuis nadat ik eerst thuis een handvol medicijnen heb ingenomen. Vandaag krijg ik mijn eerste chemokuur.

Aangekomen bij de dagbehandeling word ik vriendelijk welkom geheten door de oncologisch verpleegkundige die mijn chemo intake heeft gedaan. Het apparaat van de coldcap staat al klaar samen met de onderkapjes. Ik kies voor een stoel met uitzicht op de parkeerplaats.

Dan volgt er een passessie om de meest strakke onderkap te vinden. Als de keuze gemaakt is maak ik mijn haar nat bij de wastafel in het toilet. Met druppend nat haar neem ik weer plaats in de stoel en zet de oncologische verpleegkundige de onderkap op mijn hoofd, heel zorgvuldig gaat ze te werk en als deze helemaal goed zit wordt de overkap geplaatst. Door middel van een paar elastieken trekt ze deze zo strak mogelijk om mijn hoofd. Het is heel belangrijk dat de onderkap aansluit en er geen ruimte vrij is. Dan start het voor­koelen. Wel heel koud maar ik vind het te doen.

Ondertussen wordt er een vochtinfuus in mijn hand aangelegd. Nadat er een half uur verstreken is komt de aardige oncologische verpleegkundige met nog een collega bij mij terug. Volgens protocol controleren ze of de zakken chemo corresponderen met mijn naam.

Vervolgens wordt chemo zak één gekoppeld aan mijn infuus. Een knalrood goedje, op internet ook wel Red Devil genoemd, stroomt langzaam mijn hand in. Een gek moment. Het ziet er zo giftig uit. Regelmatig wordt er gekeken naar mijn bloeddruk en mijn temperatuur. Ik voel buiten wat branderigheid in mijn arm vrij weinig. Het ging er ook best snel in, vond ik. De coldcap is ook best te doen.

Dan komt de volgende zak. Deze is wat minder prettig. Ik voel na een kwartier een pijn achter mijn ogen en achter mijn neus. Ik kan het als beste omschrijven alsof je moet niezen maar je nies komt niet, en dit gecombineerd met hoofdpijn achter je ogen. De kou van de coldcap maakt het er niet beter op. Wat een intens gevoel.

Nadat ook deze chemozak erin zit moet ik nog 90 minuten nakoelen. Het laatste half uur vind ik pittig. De kap in combinatie met de pijn in mijn hoofd doet me echt de tijd wegkijken. Anderhalf uur verder wordt het apparaat uitgezet en mag ik nog 10 minuten ontdooien.

He he, eindelijk mag ik die kap af. Het ijs staat op mijn haar. Met een nat koppie ga ik richting huis. Al met al was het allemaal best te doen, ik had het erger verwacht.

’s Nachts slaap ik onrustig door de medicijnen en voel me een beetje koortsig. ’s Ochtends loop ik zoals gewoonlijk mijn rondje. Wel merk ik dat mijn hart wat sneller klopt. Als Jan richting zijn werk vertrekt komt mijn moeder. Ze verwacht een doodziek vogeltje. Maar tegengesteld is het geval: ik blaak van energie.

We hebben als één van de weinigen in onze straat nog buxus in onze tuin. En ik heb op de terugweg van mijn wandelrondje ontdekt dat daar buxusrupsen in zitten. Deze moeten er per se direct uit. Dus ga ik aan de slag met mijn milieuvriendelijke verdelgingsspuit.

“San, doe toch wat rustig,” zegt mijn moeder, bang dat ik veel te veel doe. “Het gaat best hoor, mam.”

Vervolgens is het tijd voor de lunch. Jan heeft lekker kipfilet gehaald voor op brood. Ik neem een hap en spuug het direct weer uit. Getver, wat goor. Het lijkt wel bedorven. Ook mijn kopje Earl Grey thee met melk, wat ik normaal drink, smaakt naar slootwater. Zo vies.

Dan maar gewoon water. Ook dit heeft een andere smaak. Dit blijkt een bijwerking van de chemotherapie te zijn. Helaas een bekend verschijnsel: je smaak- en geurbeleving wordt anders of intenser.

De middag nestelen mijn moeder en ik ons op de bank en verdrijven we de tijd met Netflix.

Rond etenstijd wil zij aan het eten beginnen. Ze wil graag voor ons koken om mij te ontlasten. Alle pannen staan op het vuur maar als mijn moeder aan het vlees begint weet ik niet hoe snel ik naar buiten moet rennen. De geur van gebraden vlees… ik word er helemaal naar en misselijk van. Dit wordt nog wat, denk ik.

Na het eten, wat mij totaal niet smaakt, komt mijn vriendin uit de straat. Zij is zo stoer om de Pelgraz injectie te zetten. Deze is nodig om mijn witte bloedlichaampjes sneller te doen herstellen, zodat ik in plaats van om de drie weken, om de twee weken mijn chemokuur kan krijgen.

Aandachtig lezen we de gebruiksaanwijzing. We kiezen als prikplek mijn bovenbeen. Het is een groot plastic ding dat je langzaam naar beneden moet schuiven tot je een klik hoort. “Daar komt-ie”, zegt mijn vriendin: drie, twee, één, klik. Een branderige vloeistof verspreidt zich in mijn bovenbeen. Al snel verschijnt er een grote rode plek die later verandert in een blauwe.

’s Nachts voel ik me grieperig en voel een drukkend gevoel op mijn borst, daarnaast kleine geniepige steekjes in mijn benen en armen, bijwerkingen van de injectie.

’s Ochtends loop ik mijn rondje vergezeld door mijn prikvriendin. We moeten een aantal keer stoppen. Wauw, wat een hartkloppingen, en ik ben behoorlijk buiten adem.

Het ziekenhuis belt ondertussen ook nog even.“Hoe gaat het?” “Prima,” zeg ik. “Beetje grieperig gevoel, steekjes in mijn armen en benen, hartkloppingen. En mijn eten smaakt anders. Maar verder is alles prima.”

Alles wat ik opnoem klinkt bekend. De steekjes zijn botpijn van de injectie, en de rest zijn bijwerkingen van de chemo.

Ik voel mij minder fit dan de dag daarvoor en doe iets rustiger aan en besluit vroeg naar bed te gaan.

Dag drie na de chemo begin ik mijn dag zoals gewoonlijk met mijn ochtendwandeling. Vandaag zijn de Dexamethason, een krachtige onstekingsremmer en oppepper, en twee soorten antimisselijkheidtabletten van mijn medicatieschema afgehaald. Wat een verschil met hoe ik mij voel ten opzichte van gisteren.

Alsof er lood in mijn benen zit. Met onwijze hartkloppingen en misselijk van alle geuren die ik onderweg ruik, keer ik na een paar minuten alweer terug naar huis.

De rest van de dag lig ik voor pampus op de bank. Maar ik denk als dit het is, dan teken ik ervoor, dan is het best te doen. Het is maar goed dat je niet alles van tevoren weet, de ellende moet nog beginnen…

Deel dit nieuwsartikel