Sandy over borstkanker – “En dan ineens slaat de schrik mij om het hart. Ik voel onder in mijn rug een knobbel.”
18 november 2025
Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis.
In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het zesde blog van Sandy hier:
’s Nachts lig ik klaarwakker. Alles doet me pijn. Mijn spieren zitten vast. Mijn rug doet pijn. Mijn heupen doen pijn. Ik probeer mezelf wat te masseren om verlichting te krijgen. En dan ineens slaat de schrik mij om het hart. Ik voel onder in mijn rug een knobbel. Ik maak Jan wakker en vraag hem te voelen. “Duidelijk een knobbel,” zegt hij. Ik voel me helemaal misselijk worden. “Zal dit een uitzaaiing zijn?” vraag ik.
Het afgelopen jaar heb ik ontzettend getobd met mijn gezondheid. Overal onverklaarbare pijntjes, gekke reacties daarnaast was ik afgelopen maanden extreem moe. Ik wijdde het aan een combinatie van overgangsklachten en mijn schildklier, die niet meer werkt sinds de zwangerschap van mijn oudste zoon, nu 22 jaar geleden. Maar nu denk ik… ‘Oh, het zal toch niet….’ Helemaal met in mijn achterhoofd mijn vader. De laatste Koninginnedag, 30 april 2013, ging hij naar de dokterspost: hij bleek uitgezaaide blaaskanker te hebben. Drie maanden later, eind juli 2013 is hij overleden. Zo snel kan het dus gaan.
De rest van de nacht is vreselijk en ik ben blij dat ik om 8 uur de huisarts kan bellen. We mogen om half 12 dezelfde dag komen. Ondertussen heb ik ook weer contact met het Alexander Monro Ziekenhuis gehad. Ze gaan alles op alles zetten om zo snel mogelijk een plek te vinden. “Van de spoed bent u de spoed om een CT-PET-scan te krijgen,” zegt de medelevende verpleegkundige. Ik vertel haar over de knobbel en dat ik me vreselijk zorgen maak en bang ben. Zij erkent mijn zorgen en probeert me waar ze kan gerust te stellen. In alle onzekerheid is deze meelevendheid heel fijn.
Om half 12 zitten Jan en ik bij de huisarts. Ook hij is zeer geschrokken van het nieuws dat ik kanker heb en neemt ruim de tijd voor ons. We nemen alles door, en om mijn nieuwe ontdekking te onderzoeken laat hij mij snel plaatsnemen op de onderzoeksbank. Wat ben ik blij dat mijn huisarts echo’s kan maken. Snel probeert hij de knobbel in beeld te krijgen. Hij zegt: “Ik denk dat het een vetbult is.” Ik voel een voorzichtige opluchting. Ook kijkt hij mijn lever en aorta na. Mijn lever is niet vergroot en de aorta ziet er ook goed uit. Enigszins gerustgesteld ga ik weer richting huis.
Eind van de dag wederom contact gehad met het Alexander Monro Ziekenhuis. Ze doen echt hun best in de voor mij onzekere tijd. Maar helaas nog steeds geen zicht op een plek voor een scan. Wat een hel, ik wil duidelijkheid. Ik ga weer een onrustige nacht tegemoet. Hoe erg de werkelijkheid ook is, je wilt in deze situatie duidelijkheid. ’s Ochtends word ik al vroeg gebeld: “We hebben een plek voor je in het Prinses Maxima Ziekenhuis, een oncologisch kinderziekenhuis in Utrecht. “Je mag je morgenvroeg daar melden voor een PET-CT-scan.” Onvoorstelbaar hoe blij je kunt zijn met een plek voor een scan. Dat realiseer je pas als je in zo’n onzekere situatie zit.