Sandy over borstkanker – “Ik kan niet meer. Ik weet niet meer waar ik het zoeken moet. Jan besluit het weekendnummer te bellen.”
19 februari 2026
Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis.
In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het achttiende blog van Sandy hier:
Voordat je verder leest, wil ik wel de volgende kanttekening maken. In onze familie komen een aantal auto-immuunziektes voor en zijn we bekend met (extreme) reacties op verdovingen en medicatie. Ook mijn lichaam reageert gevoelig en regelmatig anders dan gemiddeld. Wat ik beschrijf is míjn ervaring. Het laatste wat ik wil is angst zaaien bij mensen die nog chemotherapie moeten ondergaan. Iedereen reageert anders.
Na een onrustige nacht, waarin ik me misselijk voelde en dit nog probeerde te bestrijden met biscuitjes, helaas zonder resultaat met daarnaast ook nog een beklemmend gevoel op mijn borst en overal steekjes door de botpijn, was het eindelijk ochtend. Ontbijten lukt niet. Normaal eet ik Griekse yoghurt met granola, maar nu lijkt het alsof ik een hap behanglijm neem, zo vies. Door de biopten van afgelopen weken is mijn borst blauw en gezwollen en de tumor in mijn borst lijkt groter. Elke beweging die ik maak herinnert mij aan de plek waar hij zit. Na wat hangen op de bank, besluit ik weer naar bed te gaan.
Ik heb het bloedheet. Als Jan de airco aanzet, word ik alleen maar misselijker. De kou, de geur… het brengt me terug naar het moment dat ik de coldcap op heb. De pijn in mijn borst neemt toe. Mijn borst kan ik het beste omschrijven als een vulkaan die op uitbarsten staat en waarbij de kokende lava geen kant meer op kan. Hij is hard, gezwollen en heel blauw. Elke beweging die ik maak doet pijn. Op een gegeven moment kan ik alleen nog maar op mijn zij liggen, mijn borst gestut met een kussen en een handdoek. Vreselijk wat een ellende. Af en toe voel ik een fikse steek maar dan ineens alsof een zwerm wespen mijn borst aanvalt; scherp, stekend, brandend. Geen moment rust. En zo gaat het uren door.
Ik kan niet meer. Ik weet niet meer waar ik het zoeken moet. Jan besluit het weekendnummer te bellen. Even later belt de dienstdoende oncoloog ons terug. “Neem paracetamol,” is het advies. Maar de pijn is niet te doen en mijn borst wordt roder. Het doet me denken aan de borstontsteking na de bevalling van mijn jongste zoon. Alleen dit is vele malen intenser.
Ik huil zachtjes, haren drijfnat van de warmte op de slaapkamer en overgenomen door de pijn. Jan weet ook niet meer wat hij moet doen en belt opnieuw. Wederom worden we teruggebeld. Huilend vertel ik wat ik voel en dat ik niet meer kan. Er wordt gevraagd om foto’s te sturen van mijn borst en even later of we naar het UMC kunnen komen. Maar ik kan niet. Vergelijk het met een barende vrouw, ik ben overmand door pijn. Ik weet niet hoe ik van dit bed af moet komen. Kan ook niet meer helder denken. En Jan is ook zo onder de indruk van het gehele gebeuren dat hij het ook niet meer weet. Als wij niet naar het UMC komen is er niks anders dan paracetamol en iets kalmerends wat ik kan nemen, mocht ik dat in huis hebben. Ik moet gezien worden om eventueel iets anders voor te schrijven. Zo verstrijken de uren en kruipt de nacht voorbij.
De volgende ochtend bel ik met het Alexander Monro Ziekenhuis. We mogen direct komen. De pijn is gelukkig iets afgenomen. Daar aangekomen word ik meteen opgevangen door een oncologisch verpleegkundige. Ze is heel lief en zorgzaam en laat mij plaatsnemen op een bed. Een infuus, pijnstilling en een echo volgen. Mijn eigen oncoloog is er niet maar haar collega komt bij mij kijken.
Een extreme reactie van de chemo op mijn borst is het geweest. Iets wat ze niet vaak zien. Normaal kun je de chemo op de tumor voelen werken, wat steken, wat branden, maar deze reactie was veel heviger. Door de biopten zijn er zwelling en bloeduitstortingen ontstaan in mijn borst, deze nemen ruimte in. Daarbij kwam de reactie van de chemo wat ook plek inneemt en wat resulteerde in deze extreme pijnsensatie, wordt ons uitgelegd door de vriendelijke oncoloog. Na nog een hartfilmpje en een recept voor extra pijnstilling kunnen we weer naar huis.
Na het horrorweekend gaat het gelukkig elke dag een beetje beter. Acht dagen na mijn eerste kuur voel ik me eindelijk weer (redelijk) oké. Ik verbaas mij over de veerkracht en het herstelvermogen van mijn lichaam.
De vrijdag voor de volgende kuur moet ik bloed prikken. Dit om te zien hoe mijn bloedwaarden zijn en of mijn aankomende chemokuur door kan gaan. Eind van de middag gaat mijn telefoon: mijn leverwaardes zijn niet goed. Of ik maandag opnieuw wil prikken. Helaas blijken de waardes van maandag nog slechter. Mijn tweede kuur op woensdag wordt uitgesteld maar of ik wel die dag naar het Alexander Monro Ziekenhuis wil komen.
Tijdens het gesprek woensdag met mijn eigen oncoloog, waar alle tijd voor ons wordt genomen, bespreken we de hevige reactie op mijn eerste kuur, wat ik echt als traumatisch ervaren heb. Ze reageert heel begripvol, en probeert mij gerust te stellen. Mocht dit nog eens gebeuren, dan mag ik een ambulance bellen en zal er een pijnarts bij betrokken worden. Ook wordt de dosering van mijn chemokuren met 25% verlaagd, 100% bleek simpelweg te zwaar voor mijn lichaam. Op mijn vraag of dit niet ten koste gaat van de effectiviteit van de behandeling verzekert ze mij dat dit niet het geval is.
“Chemo is maatwerk,” zegt ze.
Mijn oncoloog verwacht dat de bijwerkingen hierdoor minder heftig zullen zijn. Door haar empathie en goede uitleg vertrouw ik haar volledig. Natuurlijk is uitstel niet wat je wilt en zeker niet na je eerste kuur maar het is wat het is en ik besluit er het beste van te maken.
Mijn jongste zoon en ik zijn allebei precies in de week jarig waarin ik dus eigenlijk mijn tweede AC-kuur zou moeten krijgen. Door het uitstel kunnen we nu wel gewoon samen onze verjaardagen vieren. Mijn smaak is anders en ik heb aften in mijn mond, een veel voorkomende bijwerking van de chemo, maar ondanks dat gaan we toch lekker uit eten op mijn verjaardag.
Ook krijg ik van mijn lief 50 rode rozen. Eén daarvan is tijdens het vervoer geknakt. “Deze staat voor de geknakte periode waar we nu in zitten,” zeg ik lachend tegen Jan.
Een geknakte roos, maar nog steeds vol leven.