Ga naar de content
Nieuws
Sandy's blog
Blog 7

Sandy over borstkanker – “Morgenavond weet ik of ik nog een kans heb om beter te worden..”

26 november 2025

Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis. 

In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het zevende blog van Sandy hier: 

Om kwart over negen mogen Jan en ik ons melden bij het Prinses Maxima Centrum in Utrecht voor de PET-CT-scan. Hoe bizar: zeventien jaar geleden lag ik in het WKZ, precies tegenover dit ziekenhuis, met voortijdige weeën. Mijn jongste zoon wilde toen al met 25 weken geboren worden. Met behulp van toeters en bellen kwam hij uiteindelijk pas met 37 weken ter wereld. En nu sta ik aan de overkant, in een oncologisch kinderziekenhuis.

Als we richting de aanmeldbalie lopen, komt er een klein meisje met een kaal hoofdje op een chemofietsje ons tegemoet gereden. Het snijdt door mijn ziel: zo jong en al zo ziek. Zoveel leed op deze plek. Ik meld me nuchter bij de balie en gespannen nemen we plaats in de wachtkamer. Al snel word ik opgeroepen. “Mevrouw Van den Brink, u mag meekomen.”

Jan mag ook mee. Ik neem plaats in een soort tandartsstoel. De procedure wordt rustig doorgenomen. Ik mag mijn kleding aanhouden, mits er geen metaal in zit. “Er wordt zo een radioactieve stof, glucose, via het infuus ingespoten, en dit moet door het hele lichaam worden opgenomen,” wordt mij uitgelegd. “Daarna moet u stil blijven liggen, een uur lang.” “Een uur?” vraag ik. “Mag mijn man wel bij mij blijven?” “Nee helaas. En het is echt belangrijk dat u zo min mogelijk beweegt. Bewegen kan ervoor zorgen dat de vloeistof naar de spieren gaat en niet naar de kankercellen, waardoor het beeld niet meer betrouwbaar is. “Ligt u goed? Dan komt nu het infuus.”

Jan en de verpleegkundige verlaten daarna de kamer en het stil liggen begint. Na een paar minuten voel ik overal kriebels. Mijn arm ligt ineens niet meer zo lekker, maar ik verroer me niet. Er hangt een klok en de minuten kruipen voorbij. Eindelijk is het uur om. Ik word meegenomen naar de scanruimte.

Daar staan twee artsen achter een scherm. Ze zullen ongetwijfeld een speciale titel hebben vanwege hun specialisatie, maar ze dragen een witte jas dus voor mij zijn het artsen. De verpleegkundige die mij eerder hielp vraagt me plaats te nemen op een smalle tafel in een indrukwekkend apparaat. Langzaam word ik door een grote ring heen en weer geschoven. Er gaat van alles door me heen. Ik denk ook aan alle kleine kindjes die hierin moeten liggen en onderzocht worden. Dit zou je toch als kind niet mee moeten maken…

Na een half uur is het onderzoek klaar. Ik word uit het apparaat gehaald en kan het niet laten de verpleegkundige te vragen hoe onderzoek bij kinderen plaatsvindt. Dit blijkt tot zeven jaar onder narcose gedaan te worden; bij oudere kinderen mag er een ouder in de ruimte blijven. Ik trek mijn schoenen aan en word herenigd met mijn lief. Onderweg in de auto vertel ik Jan mijn belevingen van het afgelopen anderhalf uur. We zijn beiden onder de indruk van het leed waarmee we werden geconfronteerd, wandelend door het Prinses Maxima Centrum.

De rest van de dag hebben we het zwaar met het wachten. Morgenavond weet ik of ik nog een kans heb om beter te worden, of dat het donkerste scenario werkelijkheid wordt: dat genezing niet meer tot de opties behoort. Vrijdag kan ik tussen vijf en zeven gebeld worden. Overdag poets ik mijn huis om de tijd te doden.

En dan, eerder dan verwacht, gaat de telefoon. “Mevrouw Van den Brink?” “Ja,” zeg ik gespannen. “Ik heb goed nieuws. De scan laat geen uitzaaiingen zien. Enkel de tumor in de borst en twee in de oksel.”

Wat een fantastisch nieuws. Hoe blij kun je zijn met kanker die alleen in je borst en oksel zit. We trekken meteen een mooie fles champagne open en vieren het nieuws dat ik nog beter kan worden.

Deel dit nieuwsartikel