Ga naar de content
Nieuws
Sandy's blog
Blog 23

Sandy over borstkanker – “Niet veel later belt mijn rots in de branding, mijn oncoloog, terug. ‘Ik wil je toch even op de spoedeisende hulp laten nakijken.’”

27 maart 2026

Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis. 

In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het drieëntwintigste blog van Sandy hier:

Door de Carboplatin raakten mijn bloedwaarden in de war en had ik in korte tijd twee bloedtransfusies nodig. In de vorige blog vertelde ik hoe ik na afloop van de transfusie beroerd mijn auto in stapte en onderweg naar huis ging.

Thuisgekomen trek ik mijn joggingpak aan en probeer nog wat dingen in huis te doen, maar voel me steeds beroerder worden. Koud. Hoofdpijn. Lamlendig. Ik ga op de bank liggen en ben onwijs aan het rillen. Heb het ontzettend koud ondanks het extra vest en de deken die ik over mij heen heb getrokken. Even de temperatuur checken: verhoging, tegen de koorts aan.
Ineens denk ik terug aan de vraag van de oncologisch verpleegkundige op de dagbehandeling, meerdere keren vroeg ze: “Heb je geen koude rillingen?”

Toen niet. Nu wel. Ik kijk het nog even aan maar het stopt niet.  Na een uur bel ik voor de zekerheid naar het AMZ. Niet veel later belt ‘mijn rots in de branding’, mijn oncoloog, terug  “Ik wil je toch even op de spoedeisende hulp laten nakijken.” Voor spoedgevallen in de avonduren en weekenden moet je naar het UMC. “Neem voor de zekerheid je slaapspullen mee.”

Shit. Jan is net klaar met werken en besluit hem te bellen. “Lieverd,” zeg ik, “kom je naar huis? We moeten naar het UMC.” Ik baal. Hij had zo’n leuke dag, eerst de lunch, dan de borrel, en dan kom ik weer met mijn gezeik.

Bepakt met slaapspullen, eten en drinken, Jan heeft immers nog niet gegeten, gaan we richting de spoedeisende hulp van het UMC. Als we daar aankomen rijdt er net een ambulance weg en komt er één aan. Herinneringen brengen mij terug naar twee vreselijke gebeurtenissen die ik met twee dierbaren op deze plek heb meegemaakt. Bizar hoe een brein werkt. Nu staan we een paar jaar later geparkeerd op dezelfde parkeerplaats maar nu voor mij.

Gelukkig worden we vriendelijk ontvangen, en word ik meteen meegenomen naar een kamer waar ik op een bed mag plaatsnemen. Ik vertel de verpleegkundige over mijn inmiddels ontwikkelde angst voor bloedafnames, hierop biedt ze een VR-bril aan als afleiding. Lief, maar dat gaat me te ver. “Ik moet niet zo miepen,” zeg ik. Ook zeg ik haar dat als het even kan ik graag weer zo snel mogelijk naar huis wil. Ze lacht. “We hebben altijd twee groepen patiënten: de één wil graag opgenomen worden, de ander wil zo snel mogelijk naar huis.”

“Wij zijn van die laatste groep,” zeg ik. Dan start ze met het aanbrengen van het infuus. Ze gebruikt een echoapparaat om mijn aderen goed zichtbaar te krijgen. Mijn arme, door naalden getergde handen en armen zitten onder de blauwe plekken. Gelukkig lukt het haar vrij snel en kan het afnemen beginnen.

Voor mijn gevoel wordt al het bloed wat er vandaag is in gegaan er weer uitgehaald voor onderzoek. En ook hier vult het laatste flesje zich wederom lastig — dit keer niet alleen buisjes maar ook flesjes. Het grote wachten begint. Ik app met mijn moeder. Ze vindt het rot dat we daar zitten. “Mam,” zeg ik, “het is niet fijn, nee. Maar ik ben dankbaar dat we hier terechtkunnen. Een paar uur vliegen verderop worden mensen in oorlogsgebieden op een vieze vloer geopereerd zonder verdoving. Wij in Nederland hebben hier alle zorg die we nodig hebben. Echt een luxe.”

Anderhalf uur later komt de dienstdoende oncoloog binnen. Er is een piek in mijn bloedwaarden gevonden, een reactie veroorzaakt door de bloedtransfusie die ik eerder deze dag kreeg. Komt vaker voor, maar vooralsnog lijkt mijn lichaam zich gelukkig te herstellen. “We gaan je bloed nog even verder onderzoeken”.

Een uur later komt hij terug: alles blijft voor nu bij de eerdere verklaring. In medische termen ‘een acute transfusiereactie’. Ik mag naar huis! Het bloedonderzoek in het lab gaat wel verder om te achterhalen waardoor deze reactie is ontstaan, daarnaast kan het consequenties hebben voor toekomstige bloedtransfusies. Vervolgens komt er nog een ingewikkelde uitleg over de eventuele oorzaken. De piepjonge sympathieke oncoloog heeft onlangs onderzoek gedaan op dit onderwerp en vertelt ons hier vol enthousiasme over. Ik sla het niet echt op en hoor vooral de woorden “Je mag naar huis.” Wel met de waarschuwing dat ik meteen moet bellen als de klachten toenemen of mijn temperatuur stijgt. We nemen afscheid van de oncoloog en niet veel later bevrijdt de verpleegkundige mij van het infuus.

We worden vrijgelaten, mijn eigen bed tegemoet.

Heerlijk!

Deel dit nieuwsartikel