Sandy over borstkanker – “Of ik krijg straks mijn doodvonnis te horen of we gaan dapper door. Ik ben echt bang.”
14 april 2026
Sandy van den Brink, eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest en de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis.
In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het zesentwintigste blog van Sandy hier:
De dag na de PET-scan, merk ik dat ik onrustig ben. Er sluipt een soort paniek in mij die met me aan de haal gaat. ‘Wat als de uitslag toch niet goed is?’ Hoe ik ook probeer, ik krijg dat onbestemde gevoel niet weg. Meestal lukt het me wel om mijn gevoel te parkeren of te relativeren, maar nu niet.
Dan gaat mijn telefoon. Een lieve vriendin belt, iemand die ik tot mijn inner circle reken. We hebben elkaar al even niet gesproken, dus ik neem op. Ze vraagt hoe het gaat, en ik vertel over de PET-scan en mijn zorgen over de uitslag. Haar reactie is lief bedoeld: “Ja, maar je moet wel positief blijven.”
Ik zeg dat ik dat nu even lastig vind en onzeker ben, maar laat het verder rusten nadat er wordt gezegd dat ik mij geen zorgen moet maken en het goedkomt.
Later die dag komt een andere lieverd even buurten. Ook van haar de vraag: “Hoe gaat het met je?” Wanneer ik haar eerlijk zeg dat ik zenuwachtig ben voor de uitslag en me zorgen maak, zegt ze: “Ja, maar het komt goed. Je bent altijd zo positief en je hebt zo’n mindpower.” Bam. Weer wordt er, hoe goed bedoeld ook, over mijn gevoel heen gegaan.
Dit keer laat ik het niet gaan en maak haar deelgenoot van mijn gevoel. “Dat kun je wel zeggen,” antwoord ik, “maar ik ben bang. Over de uitslag van de scan heb ik niks te zeggen. Daar kan ik met mijn hoofd niets aan veranderen. Ik vertrouw mijn lichaam niet meer. Ineens was de kanker er. En nu ook dat gezeik met mijn bloed, waarvan niemand weet wat het is. Je hebt er gewoon echt niks over te zeggen.”
Vervolgens vertel ik haar dat ik pijnprikkels in (de spieren langs) mijn rugwervels heb, waarschijnlijk veroorzaakt door één van de bijwerkingen van de Paclitaxel. Sinds de PET-scan ben ik hier ineens toch onzeker over, het zullen toch geen uitzaaiingen zijn in mijn rug? Het is een feit dat borstkankercellen een voorkeur hebben om zich te nestelen in botten.
Mijn vriendin zegt: “Sorry. Ja, we gaan er maar vanuit dat alles maakbaar is, maar dat is niet zo.” Vervolgens zegt ze dat ze zich kan voorstellen dat ik onzeker ben. Dat gesprek doet me goed. Eindelijk even ruimte voor mijn angst.
De dag van de PET-scanuitslag is aangebroken. Er mag vandaag gestemd worden. Aangezien ik mij niet fit genoeg voel om zelf te gaan, geef ik Jan een machtiging voor mijn stem. Vandaag wordt bovendien, na twee weken uitstel, mijn chemo hervat. Ik ben blij dat het weer doorgaat, maar tegelijkertijd vind ik het ook spannend. Hoe gaat mijn lichaam reageren?
Begin van de middag rijden we richting Bilthoven. Als we de straat uitrijden, zeg ik: “Of ik krijg straks mijn doodvonnis te horen (de kanker zit immers ook al in mijn lymfe en als het verder is gegaan word ik niet meer beter) of we gaan dapper door.” Nu ik het zo opschrijf, klinkt het vreselijk dramatisch, maar zo voelde het. De opgebouwde spanning van de afgelopen dagen komt eruit, en ik begin te huilen. “Ik ben echt bang,” zeg ik.
Waarop Jan zegt: “Kijk, hier heb ik net gestemd.” Ik snik: “Het interesseert me geen moer waar je hebt gestemd. Je gaat dwars over mijn gevoel heen. Kun je niet gewoon zeggen: ik snap je, of alleen maar ‘schat toch’? Dat was al genoeg geweest.” Hij kijkt me aan en zegt zacht: “Ik wil je alleen maar afleiden.” “Maar ik wil geen afleiding,” snik ik, “ik wil begrepen worden, even erkenning voor mijn angst.”
Het is allemaal zo lief bedoeld, maar het voelt zó eenzaam als hier geen ruimte voor mag zijn. Ik vertel hem ook over de twee vriendinnen van de dag ervoor. Jan pakt mijn hand en zegt dan: “Ik vind het allemaal vreselijk voor je, San.”
Na die huilexplosie voel ik me meteen een stuk lichter.
Aangekomen bij het Alexander Monro Ziekenhuis mag ik direct door naar de dagbehandeling om mijn infuus te laten aanleggen. Dit komt beter uit qua planning omdat ze ruim de tijd voor me willen nemen na het infuusdrama van afgelopen maandag in het andere ziekenhuis. En gelukkig is het dit keer in één keer raak.
Met mijn infuuspaal met daaraan een vochtinfuus, brengt de oncologisch verpleegkundige ons naar mijn steun en toeverlaat, mijn oncoloog. Ze valt meteen met de deur in huis: de scan is goed.
Wat een opluchting.
Ik app direct in de familie-app dat alles oké is. Daarna bespreken we het vervolgtraject. Dat ik door het weglaten van de Carboplatin meer kans heb op 24 weken nabehandeling met chemotabletten doet mij even niks. Ik vind alles best. De goede uitslag overstemt alles.
Met infuuspaal en al ga ik weer richting de dagbehandeling. Nog acht kuren te gaan. Ondanks dat het nog steeds onduidelijk is wat er met mijn bloed aan de hand is, geeft deze uitslag me weer nieuwe kracht en moed en vertrouwen.