Sandy over borstkanker – “Wat nu? Welke onderzoeken volgen er?”
6 november 2025
Sandy van den Brink, de vrouw van radiomaker Jan Paparazzi en eigenaresse van schoonheidssalon Silk Sand te Soest, zit middenin haar behandeltraject voor borstkanker in het in borstkankerzorg gespecialiseerde Alexander Monro Ziekenhuis.
In een openhartige blogreeks over haar traject, de zorg en het dagelijks leven, deelt Sandy haar ervaringen om ook anderen te steunen die met borstkanker te maken hebben. Lees het vierde blog van Sandy hier:
Er gaat van alles door me heen terwijl de voorbereidingen worden getroffen voor het nemen van de biopten. De radiologe legt de procedure rustig en duidelijk uit. “We gaan verdoven, pas als je goed verdoofd bent nemen we een hapje uit het weefsel. Je hoort een klik, ik doe het eerst even voor”.
Ik zie de naald, het apparaatje, en ik hoor de harde klik.
Ik vertel de radiologe dat ik in het verleden een paar keer allergisch heb gereageerd op een verdovingsvloeistof. “Bij de tandarts doe ik altijd alles zonder verdoving om maar niet die nare reactie te krijgen”, zeg ik.
Wanneer mijn borst verdoofd wordt, kijk ik de andere kant op. Binnen een minuut voel ik het misgaan: hartkloppingen, zweet, draaierigheid. “Ik word niet goed”, zeg ik, en ik zak verder weg. Als ik weer bij kom roep ik dat ik moet spugen. Snel kom ik overeind en krijg een bakje aangereikt. Net op tijd. Ik geef over. Ontzettend kwetsbaar voel ik me, mijn bovenlichaam ontbloot, een spuugbakje vol kots onder mijn kin, en het zware nieuws van de echo in mijn hoofd.
Ondertussen is mijn borst wel goed verdoofd. Ze willen nu doorgaan. Na een prikje om te checken of ik echt niets voel, volgt het eerste biopt. Ik hoor de klik. Zo, dat is nummer één, denk ik. Het biopt is gelukkig gelukt dus het hoeft niet nog een keer.
Ondertussen is de opgeroepen anesthesiste binnen gekomen. Ze stelt zich ook voor. Er wordt overleg gepleegd. Voor de oksel is er geen verdoving beschikbaar, een alternatief middel is er nu niet. “We durven je niet nog een keer te verdoven” zegt de radiologe. Terugkomen wil ik niet. “Doe het maar zonder verdoving”, zeg ik. Ik wil weten waar ik aan toe ben. “Weet je het zeker?” “Ja”, zeg ik. De anesthesiste houdt mijn arm vast, de verpleegkundige zorgt dat ik stil blijf liggen. De radiologe schuift met de echokop over mijn oksel en zegt: “ik ga nu het biopt nemen.” Ik voel wat scherps en dan hoor ik opnieuw de klik. Biopt nummer twee. Deze bevat ook genoeg weefsel om te kunnen onderzoeken. Vervolgens worden mijn borst en oksel voorzien van hechtpleistertjes.
De biopten zijn gelukt. “Het is zo goed als zeker kanker,” zegt de radiologe. Mijn hoofd zoekt houvast: “dus ik heb nog steeds kans dat het niks is, het kan nog steeds een cyste zijn?” Maar nee. Een cyste zou leeggelopen zijn bij het aanprikken en het nemen van het biopt wordt mij uitgelegd. “Het zou niet eerlijk zijn om je nog hoop te geven”, zegt de radiologe. “Het ziet er niet goed uit”.
Verslagen kleed ik me weer aan. Samen met Jan worden we teruggebracht naar de eerste verpleegkundige. Ook zij is zichtbaar aangeslagen. Ik vraag haar: “Wat nu?” Ze vertelt mij dat ik maandag word teruggebeld met de uitslag. Ik vraag verder: “Welke onderzoeken volgen er?” Ze vertelt dat ik een MRI-scan en een PET-scan zal krijgen. Wel krijg ik te horen dat er voor de PET-scan op dit moment tijdelijk zeker 2 à 3 weken wachttijd is. Het is voor nu belangrijk om te weten of de plek in mijn oksel ook kankercellen bevat. Als dat zo is, moet verder onderzocht worden of het niet al uitgezaaid is naar andere plekken in het lichaam. Ik vraag haar als het alleen in mijn borst en oksel zit kan ik dan nog beter worden? “Ja dan kun je nog beter worden”, zegt ze.
De woorden galmen in mijn hoofd. Het zit alleen in mijn borst, of het zit ook in mijn oksel. En als het daar zit kan het ook al verder in mijn lichaam zitten… dan is er een kans dat ik niet meer beter word. Misschien zei ze het anders, maar dit is hoe ik het heb opgeslagen. De lieve verpleegkundige vraagt nog wie rijdt er naar huis? Waar ik op antwoord: “ik”. Zij geeft aan dat dit niet verstandig is na een slechtnieuwsgesprek. Mocht ik onderweg een ongeluk veroorzaken dan kan de verzekeraar moeilijk doen. Ik geef Jan mijn autosleutels.
Om half zeven verlaten we compleet verslagen en verdrietig het ziekenhuis. Hoe gaan we het weekend doorkomen wachtend op de uitslag?